Beleidsnotitie Wet Deregulering Beoordeling Arbeidsrelaties

1. Inleiding
Op 1 mei 2016 wordt de Wet deregulering beoordeling arbeidsrelaties (hierna: Wet DBA) ingevoerd. Tegelijkertijd wordt de huidige Verklaring arbeidsrelatie (VAR) afgeschaft. Vanaf 1 mei 2016 wordt de VAR niet meer verstrekt en kan aan een reeds verleende VAR geen vrijwaring meer worden ontleend. In plaats daarvan kunnen opdrachtgever en opdrachtnemer een overeenkomst van opdracht voorleggen aan de Belastingdienst.

De Belastingdienst zal deze overeenkomst beoordelen op de gevolgen voor de plicht van de opdrachtgever om loonheffingen in te houden en af te dragen. In deze notitie vindt u informatie over:
      -       achtergrond en doelstellingen van de Wet DBA;
      -       inhoud van de Wet DBA;
      -       implementatiefase;
      -       gevolgen van de invoering van de Wet DBA;
      -       conclusie.

2. Achtergrond en doelstelling Wet DBA
Hoofddoelstelling van de Wet DBA is de aanpak en terugdringing van het aantal schijnzelfstandigen. Onder een schijnzelfstandige wordt verstaan: iemand die formeel de status van ZZP’er geniet, maar in de praktijk een werknemer is en als zodanig wordt beschouwd door de Belastingdienst. Dat heeft tot gevolg dat voor deze arbeidskracht loonbelasting en premies moet worden betaald.

Opvallend is dat niet duidelijk is hoe groot die groep schijnzelfstandigen is. Diverse onderzoeken (MinEZ 2013/IBO-rapport zelfstandige) wijzen uit dat de omvang van schijnzelfstandigheid niet nauwkeurig is vast te stellen. Het blijkt een lastige zaak om een exact getal te plakken op het aantal schijnzelfstandigen in Nederland. Dit heeft volgens het kabinet te maken met het feit dat de VAR ordentelijke handhaving onmogelijk maakt. Ter illustratie: er heeft controle plaatsgevonden op 1688 VAR-WUO’s. Daarvan is een percentage tussen de 10-20% herzien en in géén van die gevallen heeft dit geleid tot een naheffing.

De komst van de Wet DBA moet de handhavingsmogelijkheden gaan verbeteren. Feitelijk kan nu alleen bij de opdrachtnemer (de zzp’er) loonbelasting worden nageheven. Onder de Wet DBA kan dat ook bij de opdrachtgever. De Staatsecretaris meent dat handhaven onder de VAR in de praktijk niet mogelijk is omdat het VAR-oordeel in veel gevallen weinig te maken heeft met de werkelijkheid (Nota aan de Eerste Kamer naar aanleiding van het verslag, 21 oktober 2015). De VAR wordt niet automatisch afgegeven en er is geen handhaving te realiseren.

Lees hier hele artikel


Dutch Senate adopts Employment Relationships (Deregulation) Act

Dutch Senate adopts Employment Relationships (Deregulation) Act
In the Senate debate prior to the vote on the Assessment of Employment Relationships (Deregulation) Act, the State Secretary for Finance made several promises.

On February 2, 2016 the Senate adopted the Assessment of Employment Relationships (Deregulation) Act (Wet deregulering beoordeling arbeidsrelaties, hereinafter: Wet dba). During the Senate debate on the Bill on January 26, Finance State Secretary Wiebes made several promises.

Assessment of model contracts
The model contracts published by the Tax Administration will be subject to an independent legal assessment by a panel of experts, since there have been signs that these may - inadvertently - constitute employment contracts under civil law. The findings of the panel will be published.

Fictitious employment relationship for supervisors and supervisory directors
Under the Wet dba, supervisory directors have a fictitious employment relationship. However, under certain circumstances, supervisory directors could obtain a VAR-wuo (Declaration of Income Tax Status (profits from business activities)), or a VAR-dga (Declaration of Income Tax Status (income from activities at the company's risk and expense)) to avoid withholding of payroll tax. Under the Wet dba this is no longer possible and the statutory obligation to withhold payroll tax is restored.

To curb these far-reaching consequences of the Wet dba for supervisory directors, several national associations of supervisors have set up a lobby group together with Deloitte. This lobby has already resulted in several parliamentary questions being asked.

The State Secretary indicated that the reason for creating this fictitious employment cannot be traced in legislative history. For this reason, too, he expressed the intention to cancel the fictitious employment of supervisory directors. The State Secretary suggested that the legislative change required for this may be included in the 2017 Tax Plan. Anticipating on this legislative change, however, he promised to issue a policy decision to provide for cancellation of fictitious employment for supervisory directors. Note that this may affect the application of the 30% facility for supervisory directors.

Effective date May 1, 2016
During the debate, the State Secretary proposed to postpone the effective date of the Act to May 1, 2016 instead of April 1, 2016. The motion tabled to delay the preparatory phase of the Bill up to January 1, 2017 was rejected in the vote. After the effective date of May 1, 2016 the VAR will be cancelled, and the implementation stage will start, which will run until 1 May, 2017. As from May 1, 2017 the Tax Administration will effectively start enforcing the new rules.

Enforcement by the Tax Administration
Finally, the State Secretary indicated that the internal assessment framework applied by the Tax Administration to check whether the contract concluded between the client and the contractor truthfully reflects the factual situation on the shop floor (Handreiking Beoordeling Arbeidsrelaties) will be published.