De wet “Werk en Zekerheid”, wat betekent dit voor flexkrachten?

Er wordt de laatste tijd veel gesproken over de WWZ. De WWZ staat voor: “Wet Werk en Zekerheid”. Per 1 januari 2015 zijn de eerste wetswijzigingen van de WWZ ingegaan en ook per 1 juli 2015 is er veel veranderd. Bovendien zijn per 30 maart 2015 in de ABU CAO voor Uitzendkrachten de spelregels omtrent de inlenersbeloning gewijzigd. Kortom, veel informatie waarover wij onze flexkrachten willen inlichten. Wat betekent de WWZ voor onze flexkrachten:

Welke wijzigingen zijn ingegaan per 1 januari 2015:

  • UITZENDBEDING: De wettelijke toegestane termijn om in een uitzendovereenkomst het uitzendbeding op te nemen blijft 26 weken. Aan de mogelijkheid om deze periode bij CAO te verruimen, wordt een grens gesteld van maximaal 78 weken. Adecco is aangesloten bij de ABU en hanteert daarom de ABU CAO voor uitzendkrachten; in die ABU CAO is (al) bepaald dat toepassing van het uitzendbeding (Fase A) een maximum kent van 78 weken. De ABU CAO past daarmee binnen de kaders van de nieuwe wet. Zolang de ABU CAO loopt heeft deze wetswijziging dus geen impact op de duur en inrichting van Fase A voor onze flexkrachten. 
  • AANZEGPLICHT: Voor arbeidsovereenkomsten (ook uitzendovereenkomsten) voor bepaalde tijd van 6 maanden of langer geldt dat de werkgever verplicht is minimaal 1 maand voor de einddatum aan de flexkracht schriftelijk mee te delen of de arbeidsovereenkomst komt te eindigen of dat de arbeidsovereenkomst kan worden voortgezet (en onder welke voorwaarden). Doet de werkgever dit niet dan kan de flexkracht aanspraak maken op een vergoeding ter hoogte van maximaal één bruto maandsalaris.
  • PROEFTIJD: De werkgever mag een flexkracht geen proeftijd meer geven bij een arbeidsovereenkomst (ook uitzendovereenkomst) van 6 maanden of korter. Bij een arbeidsovereenkomst voor langer dan 6 maanden maar korter dan 2 jaar mag er maximaal een proeftijd van 1 maand worden afgesproken. Bij een arbeidsovereenkomst voor 2 jaar of langer mag er maximaal een proeftijd van 2 maanden worden afgesproken.

Welke wijzigingen zijn ingegaan per 30 maart 2015:


  • INLENERSBELONING: Per 30 maart 2015 (dit is de start van week 14 – 2015) is de ABU CAO voor Uitzendkrachten gewijzigd, waarbij als uitgangspunt geldt dat de inlenersbeloning vanaf dag 1 toegepast moet worden door de werkgever. De keuzemogelijkheid om de inlenersbeloning ‘pas’ na 26 gewerkte weken toe te passen is dus komen te vervallen. Door deze wijziging heeft een flexkracht vanaf de eerste werkdag recht op hetzelfde loon (voor wat betreft de 6 elementen die onderdeel uitmaken van het in de ABU CAO gedefinieerde begrip ‘inlenersbeloning’) als een eigen medewerker van de opdrachtgever in een gelijke of gelijkwaardige functie. Dit staat tevens nader uitgelegd in de ABU CAO artikel 20.

Er blijft echter een viertal uitzonderingen gelden (waarbij al dan niet tijdelijk de inlenersbeloning niet van toepassing is), namelijk:

  1. Allocatiegroep;
  2. Transitiegroep;
  3. Niet indeelbaren;
  4. Flexkrachten in Fase C – onbepaalde tijd.

Deze uitzonderingen staan nader uitgelegd o.a. in de ABU CAO artikel 27. Behoort een flexkracht tot één van deze uitzonderingsgroepen, dan kán het zijn dat ook na 30 maart 2015 de ABU beloning blijft gelden en toepassing van de inlenersbeloning (nog) niet aan de orde is.

Welke wijzigingen zijn ingegaan per 1 juli 2015:

  • TRANSITIEVERGOEDING: Iedere flexkracht die minimaal 2 jaar in dienst is geweest, heeft per 01 juli 2015 recht op een transitievergoeding, uitgezonderd o.a. flexkrachten die de beëindiging van de arbeidsovereenkomst (ook uitzendovereenkomst) zelf hebben geïnitieerd. Hierbij wordt geen onderscheid gemaakt tussen arbeidsovereenkomsten voor bepaalde tijd of onbepaalde tijd. Alleen de (totale) contractduur telt mee, dus eventuele periodes van onderbrekingen tussen arbeidsovereenkomsten tellen niet mee voor de duur van het arbeidsverleden. De hoogte van de transitievergoeding is afhankelijk van de duur van het arbeidsverleden.
  • KETENREGELING: Per 01 juli 2015 geldt dat een werkgever op grond van de wettelijke ketenregeling maximaal 3 tijdelijke arbeidsovereenkomsten in een periode van maximaal 2 jaar kan aangaan. In een CAO kan alleen in uitzonderingsgevallen een afwijkende ketenregeling worden overeengekomen en in dat geval is de uiterste toegestane afwijking: maximaal 6 tijdelijke arbeidsovereenkomsten in een periode van maximaal 4 jaar. Eén van deze uitzonderingen betreft de uitzendovereenkomst en daarmee is het mogelijk om in de ABU CAO voor Uitzendkrachten een afwijkende ketenregeling af te spreken.
  • FASENSYSTEEM: Adecco maakt gebruik van de ABU CAO voor Uitzendkrachten en werkt hierdoor met het fasesysteem. Als flexkracht wordt gewerkt in Fase A, B of C. Dit is afhankelijk van de tijd die de flexkracht via Adecco werkt. Hoe langer de flexkracht werkt, des te verder de flexkracht in het fasesysteem komt. De duur van Fase A is ongewijzigd gebleven (78 gewerkte weken). Fase B is wel veranderd per 01 juli 2015, waarbij de mogelijkheden van Fase B contracten zijn gewijzigd naar maximaal 6 arbeidsovereenkomsten gedurende maximaal 48 maanden (tot 01 juli 2015 was dit maximaal 8 arbeidsovereenkomsten gedurende maximaal 24 maanden). Fase C is ongewijzigd. 
  • TERUGVALREGELING: De telling voor de wettelijke ketenregeling begint per 01 juli 2015 opnieuw na een onderbreking van langer dan 6 maanden (tot 01 juli 2015 was deze wettelijke terugvalperiode 3 maanden). Per 01 juli 2015 geldt binnen het fasesysteem ook alleen nog maar een terugvalmogelijkheid na 6 maanden:
  • Fase A: onderbreking van > 6 maanden -> terugval naar begin Fase A;
    Fase B: onderbreking van > 6 maanden -> terugval naar begin Fase A;
    Fase C: onderbreking van > 6 maanden -> terugval naar begin Fase A.

Zie voor meer informatie omtrent de terugvalregeling en het fasensysteem onderstaand schema:



Klik hiervoor de ABU CAO voor Uitzendkrachten.

Mocht je naar aanleiding van deze informatie nog vragen hebben, dan kun je contact opnemen met de Adecco vestiging waarvoor jij werkzaam bent.